• ervaringen


Hoe is het in werkelijkheid om bij Leeffijn te wonen? We hebben het drie bewoners gevraagd en hun eerlijke ervaringen opgeschreven. In hun eigen woorden vertellen ze je wat ze goed aan Leeffijn vinden, maar ook waar ze moeite mee hebben gehad en wat ze voor verbetering vatbaar vinden.

‘Ik hoop dat ik langer mag blijven.’

Anna woont sinds het begin 2014 in een eigen appartement bij Leeffijn. Ze kan zich de kennismaking nog goed herinneren. ‘Een begeleider van de kliniek, waar ik toen een jaar zat, had een krantenartikel over Leeffijn gelezen en vroeg me of dit misschien iets voor mij zou zijn. Ik was uitbehandeld en moest ergens anders heen, maar ik was nog maar net 18 en thuis kon ik niet meer terecht. Dat Leeffijn niet zo groot was en dat ze aardig tegen me deden, sprak me gelijk aan. Het appartement, waar ik zou kunnen gaan wonen, zag er mooi uit en had een eigen keukentje en badkamer. Ja, ik zag het wel zitten om hier te gaan wonen.’

Plussen en minnen
‘De afgelopen jaren is Leeffijn best wel hard gegroeid. Er zijn behoorlijk wat bewoners bijgekomen en de mogelijkheden voor dagbesteding zijn flink toegenomen, zoals een sportzaal en een kleine kinderboerderij met een moestuin. Wat ik vervelend vond is dat toen mijn begeleider wegging, ik even zonder begeleider zat. Gelukkig heb ik nu weer een nieuwe begeleider, maar het duurt even voordat je elkaar goed kent en vertrouwt.’

Thuis bij Leeffijn
Het gaat naar de omstandigheden en binnen haar mogelijkheden nu redelijk goed met Anna. Hoewel ze haar up’s en down’s blijft houden, is ze relatief stabiel. En dat komt volgens haar ook door Leeffijn: ‘Het is fijn om ergens te wonen, waar ik mezelf kan zijn. En als ik ergens mee zit, komt er vaak iemand even bij me zitten. Als ik dat nu het allemaal groter is geworden, wel iets minder geworden.’

Onzekerheid over PGB’s
Net als voor een aantal andere bewoners geldt ook voor Anna dat ze zich zorgen maakt hoelang ze bij Leeffijn mag blijven wonen. ‘Als mijn PGB omlaag gaat, kan ik hier niet blijven wonen. Maar juist omdat ik hier woon en leef, gaat het wat beter met me. Ze geven tegenwoordig vaak alleen nog een korte PGB-indicaties, dus is het iedere keer weer spannend. Ik zou er echt tegenop zien om hier weg te moeten.’

‘Wij zijn geen gemakkelijke doelgroep.’

‘Wij zijn natuurlijk niet de makkelijkste doelgroep en ik denk dat Leeffijn daar nu ook wel achter is,’ steekt Sven relativerend van wal. ‘Aan de andere kant zijn wij ook niet gewend, dat alles vanaf het begin direct goed verloopt,’ vervolgt hij. ‘Zelf ben ik meer mellow, het is moeilijk om me boos te krijgen. Zo zijn er meer, anderen hebben soms moeite om hun kalmte te bewaren als het gaat om belangrijke zaken.’

Een van de eerste bewoners
Sven is een van de eerste bewoners bij Leeffijn en kan zich de kennismaking nog goed herinneren. ‘Ik zat in die tijd alleen maar thuis en deed eigenlijk niets en kwam ook niet meer buiten. Ik liet alles maar op me afkomen. De instantie waar ik toen bij liep, had een krantenartikel over Leeffijn voor me uitgeknipt, dus daar ben ik dan toch maar op afgestapt. Lachend: ‘Ze zullen hier toen wel van me geschrokken zijn, want ik had in die tijd nog heel lang haar en een lange leren jas. En omdat ik te laat was en moest rennen, kwam ik flink hijgend binnen. Ik had met mijn ouders afgesproken op mezelf wonen. Dat wilde ik wel.’

Het belang van open communicatie
‘Er zijn behoorlijk veel communicatieproblemen geweest. Zeker tijdens de eerste bewonersvergaderingen liepen de emoties af en toe hoog op. Iedereen had dan natuurlijk zijn zegje te doen en dan kwamen er veel frustraties naar boven. Ondertussen is er iedere maand een bewonersvergadering en gaat het een stuk beter. Ook de openheid over het recente vertrek van een nieuwe begeleider vond iedereen goed.’ Hoe ziet de toekomst van Sven eruit? ‘Ik vind het nog wat moeilijk om naar de toekomst te kijken, maar ik hoop een opleiding te gaan volgen. Ik heb al wel wat ideeën, maar weet nog niet precies wat het gaat worden. Mijn begeleiding helpt me daarbij.’


‘Een eigen woning geeft mij rust.’

Carlo had het niet naar zijn zin bij een instelling voor begeleid wonen. “Te chaotisch en te ambulant,’ vertelt hij. ‘Ik was op bezoek geweest bij een vriendin die bij Leeffijn woonde en dat leek me ook wel wat. Je eigen woonruimte, je eigen badkamer, alles van jezelf, niets hoeven delen. Ook de kleinschalige begeleiding vond ik positief. Ik heb me aangemeld en kon hier ruim twee jaar geleden terecht.’

Veel wijzigingen
‘Mijn begeleider was op precies dezelfde dag bij Leeffijn begonnen als ik en dat schiep direct een band,’ vervolgt Carlo. ‘Toen hij wegging, vond ik dat heel lastig. Ik was het vertrouwen kwijt. Ook omdat Leeffijn toen snel groeide, er veel veranderde en de communicatie slecht was. Ik kan van de kleinste dingen opeens heel heftig reageren en dan wil ik mijn probleem kwijt, voordat ik ga slapen. Gelukkig is dat nu geen probleem meer en ben ik stabieler. Het is drukker geworden, maar ook gezelliger. Met verschillende mensen eten we nu regelmatig samen.’

Persoonlijke veranderingen
‘Nu ik redelijk stabiel ben, heb ik besloten tot dat ik een verandering op persoonlijk gebied wil doorzetten,’ zegt Carlo. ‘Toen ik dat kenbaar had gemaakt, werd daar goed op gereageerd. Het is een ingrijpend traject met veel onderzoek en dat levert me dus ook stress op, maar dat is het me waard. Omdat reizen met het OV voor mij lastig is, is er steeds iemand van Leeffijn die me brengt en weer ophaalt. Dat vind ik fijn.’